

Ik stap uit de auto. Loop het paadje op. En mijn hart gaat open, zoals het altijd deed. Zoals het bijna dertig jaar deed.
Bergen aan Zee. De plek waar weinig afleiding was: vroeger geen tv, geen wifi. Toen de mobiel kwam liep je in de avond naar het hotel aan de overkant waar wifi was, om daar je berichtjes op te halen. Zo sober was het. En zo goed ging ik daarop.
Een huis met rechte vormen, kleine trapjes, heel veel licht. Zonnestralen en uitzicht op zee. Mijn vader heeft zelfs het raam groter gemaakt zodat je daar nog meer van kon proeven. Een echt jaren-zeventig huis. Ik was daar thuis, nergens anders meer als daar. Het licht, de zee, de duinen en de eenvoud.
Een anker in mijn leven. En als enig kind dacht ik het te erven. Mijn vader dacht dat ook. Ik wilde geen geld, ik wilde deze plek.
Dat kreeg een andere wending.
Geld is een merkwaardige energie.
Ik meanderde van de ene baan naar de andere en liet mijn energie de leidraad zijn. Als ik niet meer gevoed werd, stopte ik en ging op zoek naar iets wat me weer paste. Het gevolg: geen standaard CV, gaten in mijn CV, en geen papiertje dat soms nodig is voor de baan die mijn hart sneller laat kloppen.
Yogales geven is denk ik het enige waarvan ik kan zeggen dat het blijvend is.
Nu ik terugkijk voel ik compassie voor dat geworstel, want het heeft zijn eigen oorsprong en geschiedenis. Maar er zit ook iets wrangs. Want als ik wél had gestudeerd, wél carrière had gemaakt, wél vermogend was geweest, dan had ik het huis later kunnen overnemen. Dan was dit verlies niet nodig geweest.
Alsof het niet genoeg was om te worstelen met werk, nu ook nog dit…
Box 3 was de druppel. Het besluit werd gemaakt: het huis wordt verkocht.
Ik was enige tijd laaiend. Kwaad omdat genoeg vermogen hebben, een huis kunnen onderhouden, niet voor mij maar voor rijken lijkt weggelegd. Boosheid zakt bij mij altijd na enkele dagen. En zoals alles verbonden is, kwam op dat moment een brief van een gezin dat interesse had in ons huis.
Ik wist het meteen: dit worden de nieuwe bewoners.
Negen maanden zou deze waanzinnig moeilijke bevalling duren.
Afscheid als geboorte.
Hoe laat je los wat je waanzinnig dierbaar is?
Hoe neem ik afscheid zonder drama?
Hoe blijft mijn hart open naar de nieuwe bewoners?
Hoe creëer ik een herinnering die niet meer tastbaar is?
Boos ben ik niet meer. Wel zoekend naar een vorm voor afscheid. Nog zeven weken te gaan. Dan is het zover.
Nu voel ik veel leegte. En leegte vind ik eng. Doodeng. En in een fase waar ik bewust pas op de plaats maak voor een volgende stap in mijn werkende leven, ik dus ook alle ruimte krijg voor dit proces dat voelt als het gaan loslaten van de rand om straks het eindeloze in te gaan vallen.
Want het voelt als een beetje doodgaan, waarbij ik bij het besef werkelijk steken voel in mijn hart, of soms ook vlammen in mijn buik.
Het vijfde chakra gaat over onthechting. Ik dacht dat ik dat begreep. Tot ik mijn thuis moest loslaten.
Akasha — de stille, lege ruimte — is niet niets. Het is de ruimte waarin iets nieuws kan ontstaan. De stilte waarin de volgende klank geboren wordt. Dat weet ik in mijn hoofd. Ik oefen het nu in mijn lijf.
Leegte is niet het einde. Het is de voorwaarde voor wat er wil komen. Wat gevoeld wil worden, gehoord wil worden, moet er eerst uit. Pas dan is er ruimte voor wat er geboren wil worden.
Ik ben er nog niet. Maar ik oefen. Ik huil, ik voel en ik vertoef in stilte en alleen zijn.
Wat moet jij loslaten om ruimte te maken voor wat er wil komen?