

Mijn eerste kennismaking met het leven begon op het moment dat ik mijn moeder moeder maakte en mijn vader vader. Ik was eerstgeborene…hartje winter en mijn vader maakte kruiken om mij warm te houden terwijl de ijsbloemen de binnenkant van mijn kamer versierde.
Niets aan de hand….een vader betrokken en verwonderd, mijn moeder hartverwarmend.
Nog geen twee jaar later ging het mis; mijn blauwdruk van mijn jeugd kreeg een behoorlijke wending en inkleuring: mijn broertje werd geboren en het was goed mis met hem. Anderhalf jaar in het ziekenhuis met ongekend veel operaties was zijn kennismaking met het leven. Toen ik 4 was, stierf mijn broertje. Wonderlijk genoeg is hij toch nog anderhalf jaar geworden.
Dat gaf nogal een wending in ons gezin. Zonder in detail te treden kan je je voorstellen dat we ons staande hielden ieder op eigen wijze….doe het maar!
Ik maakte kennis met het leven, met de dood, met afwezigheid van veiligheid, met angst, met verdriet. En een vierjarige begrijpt zoiets niet. Die overleeft gewoon. Dus greep ik mij vast aan een overlevingssysteem van terugtrekken, onafhankelijkheid en aanpassing.
En zoals ik al aangaf in mijn blog over de chakra’s is de eerste periode in je leven belangrijk voor het vormen van je fundament, voor de aanleg van je eerste chakra: Mūlādhāra.
En dat gold niet alleen voor mij want als klein wezentje heb je nog geen woorden voor je gevoel, maar voel je haarfijn of het veilig is of niet. Het is belangrijk te weten dat die eerste indruk een fundament is: je fundament in het bestaan. Want in die eerste jaren wordt iets in je vastgelegd. Niet in woorden, maar in gevoel. In je lichaam. In hoe veilig — of onveilig — het voelt om hier te zijn op aarde.
Misschien herken je wel dat je altijd een beetje ‘aan’ staat, dat je vooruitdenkt, controle probeert te houden en onbewust bezig bent om te voorkomen dat het misgaat. Dat gaat onbewust omdat er ergens diep vanbinnen iets zit dat je niet helemaal vertrouwt dat het goed komt — of dat jij het aankan. Je voelt dat je lichaam eerder spanning voelt dan rust, dat je adem zich inhoudt als het spannend wordt en dat je eerst checkt op veiligheid….en dan pas ontspant.
Dat gaat niet over hoe de wereld is.
Dat gaat over hoe veilig jij je voelt in die wereld.
“Deze is echt belangrijk: het gaat niet over hoe de wereld is, maar over hoe jij hem ervaart.”
Bij mij zat er een behoorlijke blokkade, dat kan ik je zeggen en kan je je misschien ook wel voorstellen na mijn verhaal over mijn eerste jaren.
Maar die zag ik niet meteen, die blokkade. Daar moest ik eerst ouder voor worden en door mijn hoeven zakken… en eerlijk genoeg om het onder ogen te zien.
Dat ik altijd aan stond had ik niet door. Alsof ik alles moest kunnen zien en voelen voordat het gebeurde, omdat mijn lichaam geen ruimte had voor verrassing — die sloeg meteen om in spanning.
Maar het leven is niet voorspelbaar. En juist dat… kon mijn lichaam soms helemaal niet aan. Een onverwachte wending kon me direct onrustig maken. Of angstig. Alsof er iets in mij meteen op scherp ging. Dus hield ik de touwtjes strak in handen.
Dacht ik.
Met de kennis van nu zie ik: ik leefde niet vanuit vertrouwen,
maar vanuit angst.
En dat draai je niet zomaar even om.
Want waar draai je eigenlijk aan?
Aan een patroon dat ooit nodig was. Een patroon van alertheid, van con trole, van proberen te voorkomen dat je iets voelt wat te groot is?
Bij mij zat dat diep. En het heeft jaren geduurd voordat ik begon te zien dat het niet buiten mij lag, maar in hoe mijn systeem had geleerd om met het leven om te gaan. Je kent het wel: je overlevingsmechanisme.
En eerlijk is eerlijk: ik denk niet dat je ooit helemaal ‘klaar’ bent met vroegkinderlijk trauma.
Maar misschien hoeft dat ook niet.
Ik merk het nog steeds:
Als ik op Funda zit en fantaseer over verhuizen, dan kan mijn lichaam daar direct op reageren. Alsof alles in mij zegt: ho, wacht even… wat betekent dit? En voor ik het weet, ligt mijn hele darmstelsel overhoop en heb ik poepdrang.
Mijn hoofd denkt: leuk.
Mijn lichaam zegt: onveilig.
En toch.
Die poepdrang op het verkeerde moment? Die is niet je vijand. Het is je lichaam dat eerlijk is. Eerlijker dan je hoofd soms kan zijn. De vraag is niet: hoe zet ik dit gevoel uit? De vraag is: wat probeert dit gevoel me te vertellen?
Want als je leert luisteren naar wat er onder de spanning zit — onder de controle, onder het altijd-aan-staan — dan begin je iets te zien. Niet wat er mis is met jou. Maar wat er ooit nodig was om te overleven.
En dat is het begin van iets anders. Van kiezen in plaats van reageren. Van vrijheid in plaats van overleving.
“Weet jij van jezelf als je reageert vanuit angst of wanneer vanuit vertrouwen?”