

Negentien jaar getrouwd. Een onverwachtse taart die eruitzag als een bruidstaart. En een kaartje met woorden die ik nog nooit eerder had geschreven.
Mijn yogadocente zei altijd als ze het over het vierde chakra had: ‘alles wat je kan vieren, vier het’.
Wat ik op mijn kaartje schreef naar mijn lief, mijn man, was nieuw. Tuurlijk staat er elk jaar en door het jaar natuurlijk ook altijd de vier magische woorden: ik hou van jou (vroeger deed ik dat nog secuurder: ik houd van jou…) ook nu, maar er stond wat anders bij dit keer wat voor mij nieuw was.
Ik wacht nog even met het delen van wat ik schreef want er gaat een heel leven aan vooraf.
Wanneer was ik het gelukkigst in mijn leven? Dat was o.a. op mijn trouwdag.
Ik snap nu heel goed waarom. Toen niet, toen kon ik het alleen maar tot in mijn tenen voelen dat ik gelukkig was, die dag, van de ochtend tot in de late uren van de nacht.
Uiteraard ook de dagen en jaren erna maar niet zoals die dag. Want er zaten ook dagen en periodes tussen dat ik me allesbehalve gelukkig voelde. Menselijk misschien, maar ik kan me zeker vinden in diegene die zeggen: liefde is een werkwoord. Want werken dat was het bij tijd en wijle.
Scheiden?
Ja ook die optie kwam vaak voorbij een aantal jaren geleden. Vooral in mijn hoofd. De fase waarin ik mijn werkelijke angsten ontmoette, me onveilig voelde thuis en bij mijn man, zo boos was dat ik bloed voor de ogen zag en soms huilde ik me een uur in de rondte.
Het was de periode van het échte werk aan mezelf. Ik kon er niet omheen.
Dat scheiden ging niet over het weg willen bij mijn man, nee ik wilde weg van al dat ongemak dat ik ervoer. Het was soms simpelweg te veel. Voor mij maar ook voor hem.
Hij hield me erbij, bij hem, bij mezelf maar ik kan je zeggen dat ik een enorme tijdsdruk voelde hoelang ik, hij, wij het vol zouden houden.
Werken aan jezelf kent geen begin en einde. Was het maar waar.
Want die angsten kwamen niet uit het niets.
Als kind verloor ik mijn broertje. Hij lag in het ziekenhuis, ver weg, terwijl mijn vader kruiken maakte om mij warm te houden. Heel het gezin ontwricht. Een vierjarig meisje dat leerde dat mensen die je liefhebt zomaar kunnen verdwijnen. Dat veiligheid iets tijdelijks is.
Later, toen ik zeven was, leerde ik dat vertrouwen ook gevaarlijk kan zijn. Dat je lijf van jou is — totdat iemand anders dat anders beslist. Ik werd in een klap kind-af. En jaren daarna draaide mijn wereld om controle. Om wat ik wel of niet at. Om het gevoel dat ik mezelf kon beheersen als de rest onbeheersbaar voelde. Boulimia is niet een eetstoornis. Het is een overlevingsstrategie.
Al die ervaringen hadden één gemene deler: onveiligheid. Niet vertrouwen. Jezelf klein houden zodat er niets meer mis kan gaan.
En toen ontmoette ik hem.
Het rare — en het mooie en het moeilijke — van een liefdevolle relatie is dit: echte nabijheid haalt precies die plekken naar boven die nog niet geheeld zijn. Mijn man hoefde niets verkeerds te doen. Hij hoefde alleen maar dichtbij te komen. En mijn lijf deed de rest — het schreeuwde alarm waar geen alarm nodig was. Onveiligheid waar hij veiligheid bood. Wantrouwen waar hij trouw was.
Hij was niet het probleem. Hij was de spiegel.
Voor iemand als ik die snel in de energie zit voelde jaren therapie als falen…maar ook als frustrerend kan ik je zeggen.
Na heel veel zoeken naar de meest geschikte persoon kwam ik terecht bij een psychotherapeute via de GGZ. Ik weet nog goed wat ik zei toen ik haar voor het eerst de hand schudde:
“Jij bent de laatste. Als het hier niet lukt, stop ik met zoeken.”
Stevige woorden voor een eerste ontmoeting. Ze gaf geen kik. En dat was precies de juiste reactie.
Ze hielp me inzichtelijk maken wat ik zelf niet snapte — van mijn eigen gedrag, mijn eigen patronen. Niet alleen door het praten, maar ook door mijn yoga-opleiding en het vele oefenen met mijn lichaam. Praten zit in het hoofd. Yoga leerde me voelen, waarnemen, luisteren — wat ik voorheen vooral oversloeg.
Angsten, verdriet, kwaadheid, onzekerheid, controle, zelfkritiek, schaamte — het kwam allemaal voorbij. Letterlijk en figuurlijk.
Het vierde chakra gaat over het hart. Over liefde geven én ontvangen. Ik dacht dat ik dat al lang kon. Ik bleek het eerst te moeten leren.
Ik was dit alles, dit hele palet aan emoties niet tegengekomen als ik niet getrouwd of een relatie had gehad. Mijn lief was mijn boodschapper die me vertelde dat er nogal wat puin te ruimen was en dat heb ik gedaan. Voor mezelf, voor ons en voor de kinderen. Alles wat ik opruim geef ik niet meer door. Sterker nog: ik wil vooral meegeven dat het leven soms ook vraagt om inkeer, ont-wikkeling van patronen, afleggen van beschermingsmechanismen.
Ik had geleerd dat ik niet weg hoefde als ik bang was of juist boos, maar dat bij mijn gevoel blijven, in contact blijven, met hem, de sleutel was tot herstel. Van het contact met mezelf maar ook met elkaar.
Wat schreef ik op mijn kaart?
Dat ik me voor het eerst in al die jaren verbonden voel, vrij voel van angst en vooral vertrouwen heb in elkaar…
Wie of wat in jouw leven is jouw boodschapper — en durf jij te luisteren?