

Alsof het in een ander leven was, zo bevond ik me ooit in een NLP-training.
Met misschien wel tachtig anderen zaten we in rijen achter elkaar, met een gangpad, starend naar een podium. Ik was allesbehalve thuis. Sterker nog, ik voelde me overvraagd, onbegrepen en vooral alleen. Al die theorie, al dat gejoel op het podium. Het kostte me bakken energie. Energie om iets te forceren voor het uiterlijk vertoon en erbij willen horen.
Nu ik aan het opruimen ben, kom ik de map van bijna twintig jaar geleden weer tegen. En eerlijk is eerlijk: er zaten ook elementen in die ik nog steeds gebruik. Meer dan ik eigenlijk bewust was.
Taal bijvoorbeeld. Dat vond ik smullen. Ik houd van taal, zo sterk dat ik zelfs een jaar een schrijversvakschool heb genoten. Ja, echt waar. En eigenwijs als ik was, verliet ik na een strenge toelating ook weer deze opleiding. Het was een zoekend leven. Maar boeiend was het zeker.
Een aantal kersen heb ik uit die NLP-training blijvend weten te bewaren. Eén van die kersen wil ik graag met je delen: opstellingen.
Toen ik aan de beurt was om iets op te stellen, heb ik zowel mijn denken als mijn gevoel opgesteld.
Ik deed dat omdat ik altijd van mening was dat mijn denken er niet mocht zijn. Dat het een stoorzender was in mijn leven. Dat ik bij meditatie gedachteloos moest blijven zitten en me alleen maar had te verbinden met mijn gevoel.
Dat opstellen weet ik nog goed, ondanks de vele jaren ertussen. Want het bleek: het is allebei van waarde. Het één niet meer dan het ander. Maar je hebt echt beide nodig. Wat een geluk. Wat een opluchting.
Ik ben namelijk een enorme voeler, maar ook zeker een enorme denker, tot het filosofische af.
Inzicht is een geschenk. En soms een schuilplaats voor het niet hoeven voelen. En nu volgt iets boeiends: iets te weten, te be-grijpen kan je helpen om het los te laten.
Veel mensen, en ik reken mezelf daar ook toe, kunnen hun vroege jeugd, hun patronen, hun coping mechanisme perfect analyseren. Ze weten wat er is gebeurd. Ze begrijpen waarom ze doen wat ze doen. Ze weten hoe hun beschermingsmechanisme werkt. En toch blijft het lijf reageren, blijft gespannen. Je staat sterk afgesteld of bent juist afgesneden.
Want begrijpen en voelen zijn niet hetzelfde.
Het klinkt wijs en dat is het ook. Inzicht is niet de vijand. Taal geeft je overzicht en kan ordenen. Begrijpen kan angst, boosheid, schaamte verminderen. Een verhaal over jezelf kan je zenuwstelsel helpen beseffen: ik ben niet gek, ik deed dat juist heel slim.
Maar dan. Dan ontstaat er soms een nieuwe valkuil.
Het intellect als schuilplaats. Analyseren als afstand. Bewustzijn als dissociatie met mooie woorden. Want als je snapt wat er speelt lijkt het soms de oplossing. Maar jammer genoeg werkt het niet zo.
Ik ken het van mezelf. Ik dacht lang dat mijn denken een stoorzender was. Totdat ik in die opstelling zowel mijn denken als mijn gevoel neerzette, en zag dat ze allebei van waarde zijn. Niet het een meer dan het ander. Samen.
Maar ik ken het ook van mezelf dat ik dacht dat mijn gevoel een stoorzender was. Al die angsten, boosheden, verdriet, ik vond het maar storend en kon er niets mee.
Toch zie ik het ook bij anderen: mensen die zichzelf uitstekend kunnen duiden, anderen feilloos begrijpen, maar hun eigen lichaam nauwelijks bewonen. Ze leven boven de nek. Niet uit arrogantie. Uit bescherming. Want als je het snapt, geeft dat rust.
Want werkelijk zakken in het lichaam betekent: verdriet voelen. Machteloosheid voelen. Boosheid toelaten. Kwetsbaarheid verdragen. Controle loslaten. Doodsangst ervaren.
En precies dát voelde ooit onveilig.
Dus eerst vluchtte je in je hoofd. Dat was slim en dat werkte goed.
Maar het lichaam geneest niet door theorie alleen. Werkelijke heling vraagt integratie, inzicht én aanwezigheid, begrijpen én doorvoelen, helderheid én lichaam.
Dat is precies het werk van het zesde chakra: niet kiezen tussen hoofd en hart, maar ze leren samenwerken. Zien wat er werkelijk is, in plaats van wat je denkt dat er is.
Eerst moest je ontsnappen in je hoofd om te overleven. Nu mag je langzaam ontdekken dat het veilig genoeg wordt om terug te keren. Dat je sterk en volwassen bent om te kunnen dragen en uithouden.
Woon jij meer in je hoofd of in je lijf, en wat zou er veranderen als je beide evenveel thuis liet zijn?